//
you're reading...
Boeken

Een tafel vol vlinders

Bij de aankoop van het prachtige kookboek De Smaak van mijn Herinnering van Tessa Kiros (waarover later meer), ontving ik Een tafel vol vlinders, het boekenweekgeschenk van Tim Krabbé.

Krabbé heeft geen reputatie om over naar huis te schrijven. De Grot en Vertraging heb ik eerder eens gelezen en hoewel ze niet zo slecht waren als ik had verwacht op basis van de kritieken, vallen de boeken nauwelijks te verdedigen als literatuur. Alleen al het feit dat de boeken van Krabbé op boekenlijstjes van middelbare scholieren veelvuldig voorkomt, zegt toch al iets over het werk. Luie, gemakszuchtige scholieren – de meeste pubers spenderen toch zo min mogelijk tijd aan lezen en boekverslagen schrijven – houden van Krabbé. De boeken lezen soepeltjes weg, zijn entertaining, maar daar houdt het wel een beetje op.

Met dit boekenweekgeschenk lijkt Krabbé dit imago te willen ontvluchten. Ik kan helaas niet zeggen dat het hem gelukt is. Het lijkt wel alsof het hele verhaal aan elkaar hangt van gefrustreerd schrijverschap: de hoofdpersoon van het eerste deel, Fred, vindt zichzelf een mislukte schrijver en gunt zijn stiefzoon, Bram, meer succes met schrijven. In werkelijkheid projecteert hij zoals zoveel ouders, zijn eigen dromen en verlangs op Bram. Het zou een mooi thema kunnen zijn, misschien is het ook het sterkste thema van het boekje, maar de uitvoering laat nogal te wensen over.

Niet in het minst door Krabbé’s schrijfstijl: hij mist iedere subtiliteit. Het lijkt wel alsof hij het niet kan laten iedere gedachte en ieder gevoel tot in den treure uit te leggen. Ten eerste leidt dat tot twijfels over het karakter Fred: hij komt heel onaangenaam, betweterig en dominant over, omdat (het lijkt alsof) hij constant vertelt wat Bram motiveert en daardoor Bram niet de ruimte geeft te doen wat hij wil en zelf uit te leggen waarom. Ten tweede maakt het de karakters heel vlak en kun je je niet in hun situatie verplaatsen. Een goede schrijver roept m.i. gevoelens op door een situatie te beschrijven en hoeft dan niet altijd het effect van die situatie uit te leggen. Krabbé doet dit vaak wel, waardoor je uiteindelijk juist niet betrokken raakt. In het dagboekgedeelte van Bram stoort het niet zo, omdat het in een dagboek tenslotte normaal is de eigen waarnemingen en gevoelens te beschrijven. Dit deel vond ik dan ook sterker dan de eerste helft.

Van Krabbé’s beeldspraak ben ik al evenmin gecharmeerd. Vaak lijkt het alsof hij na een recht-toe-recht-aan-zin opeens besluit dat het tijd is voor een poëtisch element. Dit komt dan post-hoc, omdat hij consequent eerst de situatie uitlegt. Daarnaast zijn het vaak geen stilistische hoogstandjes. Neem bijvoorbeeld “Carla’s stem – iets heerlijks dat in hem paste”. De nieuwe slogan van Christine Le Duc? “Iets heerlijks dat in je past”. Dat was het enige waar ik aan kon denken. Met al mijn colleges over beeldspraak kon ik er toch echt niets anders mee. In welk lichaamsdeel je een stem zou moeten steken, het is me een raadsel.

Verder lijkt de zelfmoord van Bram nogal uit de lucht te komen vallen. Waarom pleegt hij zelfmoord? Omdat z’n leven op zijn jonge leeftijd nog geen richting heeft, zoals bij zoveel jongeren? Omdat zijn vader zelfmoord heeft gepleegd? Hij heeft het niet meegemaakt, heeft het pas later gehoord en leek zijn vader niet te missen. Krabbé doet wel wat pogingen om Bram eenzaam en pessimistisch over te laten komen, maar erg overtuigend is het allemaal niet – je moet je dan met veel fantasie richten op de enkele keer dat Bram bijvoorbeeld tegen zichzelf zegt “niet zo zwartkijken” (72). En voor het gemak zijn vermogen om fulltime te werken, reislust en euforische verliefdheid even door de vingers zien.

Daarnaast vraag ik me af wat deze novelle te maken heeft met het thema van de boekenweek. Ok, het schijnt dat het boekenweekgeschenk niet bij het thema aan hoeft te sluiten en dat is dan tot daar aan toe – maar wat moet ik nou met die vlinders die behalve op de kaft slechts eenmaal in het boekje genoemd worden? Ik vraag me af of ik iets mis, of ik misschien het talent van Krabbé misken en een geniale conceptuele metafoor over het hoofd zie – iets zegt me dat het niet zo is.

Voor mij is Krabbé Fred. Hij is het net niet en zal het ook net niet worden. De verhaallijn is te los, te weinig subtiel en vloeiend, het taalgebruik is stilistisch niet altijd even mooi. Laten we maar hopen dat het zijn zoon beter vergaat dan Bram.

Advertenties

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Instagram

In de categorie 'redenen waarom ik een slechte veganist ben'. Ik heb veel te dieronvriendelijke humor.

Enter your email address to subscribe to this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 931 andere volgers

Categorieën

%d bloggers liken dit: