//
you're reading...
Boeken, Natuur en Milieu

Confessions of an eco sinner

Hoewel ik het boek nog niet eens uitgelezen heb, kan ik het niet laten erover te schrijven. Onlangs zag ik op internet op een forum een topicje waarin mensen konden laten zien welke boeken ze recent hadden gekocht. Toevallig zat dit boek ertussen en het leek me meteen interessant. Ik heb het boek gelijk besteld en zodra het binnen was ben ik erin begonnen.

De titel Confessions of an eco sinner klinkt misschien wat belerend, maar dat is het boek allerminst. De ondertitel Travels to find where my stuff comes from geeft misschien wel beter weer waar het boek daadwerkelijk over gaat. De auteur, Fred Pearce, journalist voor o.a. New Scientist en Daily Telegraph, probeert de herkomst te achterhalen van de voorwerpen en voedingsmiddelen die hij het meest gebruikt (en die hem interessant lijken – hij heeft niet het eerste het beste voorwerp gepakt en getraceerd).

Het boek bestaat uit verschillende delen: het begint met een inleiding over het hoe en waarom van het boek, daarna voedsel, kleding, computeronderdelen, metalen, afval en recycling, wetenschappelijke benadering van de ‘voetafdruk’ van de mens en, tot slot, een deel over het voortbestaan van de aarde.

Tot nu toe hebben drie hoofdstukken indruk op mij gemaakt. Allereerst het hoofdstuk over visserij in Mauritanie: ik kan er met mijn verstand gewoon niet bij dat Europese vissers het in hun hoofd halen te vissen aan de rand van een natuurgebied in Senegal. De visstand is er dramatisch gedaald, de lokale bevolking kan niet meer voldoende vis vangen wordt ‘gedwongen’ dus maar te vissen in het natuurgebied zelf. Sommige soorten zijn al uitgestorven en tot nu toe nemen Europese vissers en overheden hun verantwoordelijkheid niet. Helaas is het met de visserij overal slecht gesteld; waar niemand in Europa het in zijn hoofd zou halen een stukje bedreigde neushoorn te bestellen, is het nog volkomen normaal om tonijn, Noordzeekabeljauw en paling te eten.

Een ander hoofdstuk wat indruk om me maakte is dat over palmolie en soja. Dat er ‘foute’ palmolie werd gebruikt door bedrijven als Unilever wist ik. Dat er echter zulke enorme hoeveelheden regenwoud werden gekapt, wist ik niet. Vanwege de vraag naar palmolie als biobrandstof, kondigden Maleisie en Indonesie in 2006 aan de productie te verhogen met 40%. Hiervoor zou twee miljoen hectare regenwoud in Borneo gekapt worden, een gebied zo groot als Wales (77). Of zoals Greenpeace het treffend stelde in hun campagne tegen Unilever: “Ieder uur verdwijnen er in Indonesië maar liefst 300 voetbalvelden bos”. Hetzelfde probleem speelt ook met soja. Alpro gebruikt soja van gecontroleerde herkomst, maar voor veel merken geldt dit niet. Soja en palmolie worden in allerlei etenswaren gebruikt en palmolie wordt ook veel gebruikt in cosmetica – waaronder Dove. Unilever zou inmiddels meer eisen stellen aan de leveranciers, maar duidelijke richtlijnen heb ik hiervoor niet kunnen vinden. Voorlopig koop ik maar gewoon zo min mogelijk producten met palmolie of soja van ongecontroleerde herkomst. Dat deed ik al langer, maar hoewel ik bekend was met het probleem, was de omvang ervan nog steeds schokkend.

Tot slot een heel ander probleem: de banaan sterft mogelijk uit. En in dit geval is dat niet door milieuproblematiek of iets dergelijks, maar eigenlijk door iets waar de mens niets aan kan doen. Bananen schijnen eigenlijk genetische foutjes te zijn. Van oorsprong is de banaan een oneetbare vrucht, bomvol pitten. Heel af en toe gebeurt het dat er een onvruchtbare banaan voorkomt, zonder pitjes dus. Deze wordt voor zover ik heb begrepen gestekt of iets dergelijks. Het komt erop neer dat alle eetbare bananen op aarde van slechts een ras zijn, Cavendish, en dat ras wordt aangetast door een schimmel die resistent is voor bestrijdingsmiddelen. In de jaren ’50 schijnt hetzelfde al eens gebeurd te zijn met een ander bananenras, de Gros Michel. Alleen is er nu geen alternatief meer. De commerciele bananenplantages in Zuid-Amerika zijn nog niet aangetast, maar die in Afrika wel en men vreest dat de schimmel door iemand overgebracht zal worden van het ene naar het andere continent.

Je kunt hoopvol stellen dat men wel een bestrijdingsmiddel zal vinden wat werkt, of dat er weer een keer zo’n bananenmutant ontdekt wordt, of dat door gentech een banaan gemaakt kan worden die tegen de schimmel kan. Waar het verhaal echter voornamelijk om draait is dat ons eten steeds eenzijdiger wordt. Wat in Nederland ook wel de ‘verbroccolisering’ van het supermarktassortiment genoemd wordt, vindt over de hele wereld plaats. En niet alleen hebben we minder soorten groente en fruit, van die groenten en vruchten telen we dan ook maar een of twee rassen, in plaats van alle beschikbare soorten. Hierdoor sterven de overige soorten uit, wat op zich al erg jammer is en slecht voor de biodiversiteit, en maken we onszelf kwetsbaar.  

Alles bij elkaar heeft Pearce erg interessante verhalen geschreven over de achtergronden van ons eten – ook over koffie, katoen, computeronderdelen en goud, om nog wat voorbeelden te noemen. Voor een groot deel zijn het minder prettige verhalen – als je je zorgen maakt om natuur en milieu, zul je weinig troost in het boek vinden. Aan de andere kant is Pearce niet belerend en zelfs hoopvol en in sommige gevallen gematigd positief. Zo wordt het zware fabriekswerk in Azie niet alleen gebruikt om kritiek te geven op Westerse kledingbedrijven, maar schrijft hij een heel informatief en duidelijk verhaal over de kledingindustrie in het algemeen, katoenproductie en de bijbehorende problematiek, en daarnaast heeft hij ook gesproken met werknemers in bijvoorbeeld Bangladesh. Vrouwen zien het fabriekswerk ook als een manier om op eigen benen te staan en meer geld te verdienen en kunnen zich meer luxe veroorloven dan ze ooit gehad zouden hebben op het platteland. Ideaal is het niet, maar het is niet alleen maar negatief.

Het laatste deel van het boek heb ik nog niet gelezen, maar Pearce heeft alle vertrouwen in de overlevingskansen van de mens. Hij heeft vertrouwen in de vindingrijkheid en het aanpassingsvermogen van mensen en gelooft dat het mogelijk is voedsel eerlijk te verdelen, milieuvriendelijker te leven. Hij ziet de ontwikkeling dat Westerse vrouwen minder kinderen baren als positief, al gelooft hij dat de milieuproblematiek niet zozeer veroorzaakt wordt doordat er te veel mensen zijn, maar doordat al die mensen te veel willen.

Persoonlijk kan ik zijn visie niet delen. Noem me een doemdenker, maar ik geloof niet dat er een dag komt dat mensen uit zichzelf minder hebzuchtig worden. Ik geloof in het voortbestaan van de wereld zonder mens. Ik geloof dat er een dag komt dat de mens het zo bont gemaakt heeft, dat hij er zelf aan ten onder zal gaan. En zelfs als mensen zich al echt bewust zouden worden van het probleem en er iets aan zouden gaan doen, zal het nog zo langzaam gaan dat de schade van de afgelopen eeuwen niet meer ongedaan valt te maken.

“Our planet is certainly in trouble, and us with it. More than 6 billion of us cannot fail to leave a dangerously large imprint. We consume 40 percent of all the plant growth on the planet, a third of the marine life and half of the available freshwater. We have halved the geographical extent of most natural ecosystems, from wetlands to rainforests to grasslands. Our pollution has tripled the amount of nitrogen that nature has to process each year, and doubled the amount of sulphur. We have added more than a third to atmospheric levels of carbon dioxide, the planet’s thermostat. We are running down her resoures, like soil and clean water, as certainly as if we were running up a credit-card bill” (33). 

Dat iemand dat kan schrijven en nog kan geloven dat het ooit goed komt, kan ik niet begrijpen. Maar misschien komt het omdat dit boek al in 2008 is uitgegeven en in de jaren ervoor is geschreven, nog voor de kredietcrisis echt toesloeg: nu is duidelijk geworden dat mensen op krediet blijven kopen en denken dat het wel goed komt, net zolang totdat ze op een heel pijnlijke manier duidelijk wordt gemaakt dat het zo niet werkt. Hebzucht tot het bittere einde.

Advertenties

Reacties

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Instagram

Het is een beetje raar, maar ik ben dus nogal bang voor ganzen. Ik durfde nog net naar mijn voordeur. Dat wordt nog wat. De nadelen van op een groene plek wonen. 🤣

Enter your email address to subscribe to this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.162 andere volgers

Categorieën

%d bloggers liken dit: