//
you're reading...
Geen categorie

Met het oog op morgen: wie wordt de nieuwe voorzitter van GroenLinks?

Gisterenavond waren de drie kandidaten voor het voorzitterschap van het landelijk partijbestuur voor GroenLinks te horen in Met het oog op morgen

Pieter Kos heb ik eerder ontmoet op de Provinciale Ledenvergadering van Zuid-Holland, Lot van Hooijdonk ken ik van de EGP-delegatie en Rik Grashoff ken ik omdat hij wethouder was in Rotterdam, de afdeling waar ik zelf actief ben. Pieter Kos komt op mij over als iemand die vriendelijk is, zich betrokken voelt bij de partij en goed met mensen kan opschieten. Lot van Hooijdonk vind ik een sterke persoonlijkheid die zich bewust is van de wereld buiten Nederland en die altijd goed voorbereid en geïnformeerd deelneemt aan discussies. Rik Grashoff heb ik ervaren als iemand die weloverwogen beslissingen neemt en verbaal zeer sterk is. Rik ken ik veruit het best van die drie en daardoor ben ik natuurlijk bevooroordeeld; ik kan de capaciteiten van de andere twee kandidaten minder goed inschatten. Maar ik wil niet op iemand stemmen omdat ik hem toevallig ken, of omdat hij iets gedaan heeft voor mijn afdeling. En ik heb geprobeerd om daadwerkelijk te luisteren naar alle drie de kandidaten en ze te beoordelen op wat ze zeiden en hoe ze dat zeiden. 

Hoewel ik het ten zeerste betreur, is in de afgelopen twee jaar duidelijk gebleken dat uiterlijk en uitstraling een bijzonder grote invloed hebben op hoe mensen denken over wat je zegt. Een foute blik of beweging bij een goede uitspraak kan wat je zegt teniet doen. Ook een ondoordachte uitspraak in de media kan je zwaar aangerekend worden, zelfs als je het goed bedoelde. En als mensen je niet sympathiek vinden, is het veel moeilijker om iets te bereiken. Dus bij alle drie de kandidaten vraag ik me af, hoe zouden ze overkomen op onbekenden, die een oordeel moeten vellen op basis van een eerste blik en een paar zinnen? Niet omdat dat voor mij persoonlijk zo interessant is, maar omdat ik het mijn partij en die persoon niet gun om afgemaakt te worden bij Nieuwsuur of Pownews vanwege een verspreking, een zin die onzeker eindigt of een frons. Van uiterlijk en uitstraling merk je tijdens een radiointerview natuurlijk weinig, maar hoe je dingen verwoordt kan erg veel zeggen over je denkbeelden of insteek. Ik heb gelet op woordkeus, aarzelingen, of iets positief of negatief werd geformuleerd en de interactie tussen interviewer en geinterviewde: werd de vraag beantwoord en werd het antwoord geaccepteerd?

Het interview opent met een terugblik op de afgelopen periode. De interviewer wil van alle kandidaten weten wat ze het ergst vonden van wat er is gebeurd. Lot van Hooijdonk antwoordt dat ze niet weet wat ze het ergst vond en zegt “We hebben de boodschap wel begrepen en we moeten vooruit.” Welke boodschap dat is en welke kant vooruit precies op is, blijft onduidelijk.

Ook de interviewer vindt het antwoord blijkbaar niet duidelijk, want hij vraagt aan Pieter Kos of hij wel antwoord wil geven op de vraag, of dat hij ook gaat zeggen dat we vooruit moeten. Pieter Kos gaat er wel op in, maar helaas niet op een manier die mij aanspreekt: “Ik vond het een vreselijk jaar. Het was een jaar waarin je constant zag dat er amateuristisch werd gehandeld op ontzettend belangrijke momenten. We moeten natuurlijk vooruitkijken, maar we moeten ook niet doen alsof er niet vanalles mis is gegaan.” Ik wil graag een voorzitter die zich bewust is van wat er fout is gegaan. Maar geen voorzitter die een emmer deprimerende woorden over me uitstort en het beeld van GroenLinks in de media als een partij die je niet serieus kunt nemen bevestigt. Het is allemaal wel erg negatief.

Het antwoord van Rik Grashoff was dan een stuk tactischer en sympathieker. Hij vertelt wat zijn eigen ervaring was en houdt het luchtig. De samenwerking kwam niet van de grond, maar hij heeft met plezier in de Tweede Kamer gewerkt. In plaats van de zoveelste opsomming van dingen die mis zijn gegaan, gevolgd door de opmerking dat we verder moeten, laat hij subtiel merken dat hij klaar is met het onderwerp door te zeggen dat de commissie van Dijk er uitgebreid over heeft geschreven, op zo’n manier dat de interviewer hier genoegen mee neemt. 

De interviewer laat zich minder makkelijk overtuigen door Pieter Kos als hij zegt: “Wat ik mooi vind is dat er drie smaken worden gepresenteerd, en mijn smaak is die van de moderne voorzitter die bevlogen is en die verbindend is en die ook echt wat wil vernieuwen binnen die partij.” De interviewer stelt de vraag die het antwoord bij mij ook opriep: zijn die andere twee dan niet modern, en wat maakt Pieter Kos beter dan de andere kandidaten? Met die vraag – waarom moeten we jou kiezen boven je partijgenoten? – heb ik al vaker iemand de mist in zien gaan. Het lijkt lastig te zijn voor mensen om op een respectvolle manier uit te leggen waarom je beter bent dan anderen. Ook in dit geval komt er geen helder antwoord. “Ik denk dat we alle drie ontzettend goede kandidaten zijn, maar alle drie op onze eigen manier. En er moet hard gewerkt worden, het is geen tijd van pappen en nathouden, de beuk moet erin, en ik heb een verhaal wat echt anders is”. Hij klinkt daadkrachtig, zijn stem is energiek. Er zijn vast mensen die zich daardoor laten overtuigen, maar ik niet. Als het alle drie goede kandidaten zijn, maar Pieter Kos zelf al niet kan benoemen waarom hij anders of beter is, zie ik geen reden om juist op hem te stemmen. 

Op een punt wordt het even concreet: Pieter Kos wil niet dat de leden alleen maar gehoord worden. Minder vind ik dat hij “gehoord worden” een jaren ’70-term noemt en dan voorstelt dat we moeten gaan doen aan de m.i. lege term “cocreatie”, maar we mogen concluderen dat hij meer wil doen met de leden dan naar ze luisteren om vervolgens hun mening te negeren als het zo uitkomt. Dat is positief, maar ik hoop wel dat hij in de komende periode duidelijk weet te maken hoe hij alle leden denkt te kunnen betrekken bij de partij. Bij het maken van plannen zijn er altijd mensen die het voortouw nemen, de prioriteiten bepalen en mensen die uiteindelijk de pen vasthouden. Ik weet uit de praktijk hoe lastig het kan zijn om met vijf mensen een plan op te stellen en daadwerkelijk iets op papier te krijgen – hoe je dat met tienduizenden leden wilt doen, vereist veel meer visie dan ik tot nu toe heb gehoord.

Alle drie de kandidaten weten goed te verwoorden dat GroenLinks voor groen staat en ze vinden allemaal dat we dat helderder kunnen formuleren. Rik Grashoff pakt de kans die de interviewer hem geeft als hij vraagt of links dan niet belangrijk is, door te benadrukken dat groen en links onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, en Pieter Kos sluit zich hier bij aan. Zowel Lot van Hooijdonk als Rik Grashoff weten goed uit te leggen dat GroenLinks echt groen is, maar dat de PvdA en D66 andere keuzes maken als het erop aankomt. Lot heeft een goed idee van wat ze in politiek opzicht met de partij zou willen, maar wat ze met de organisatie wil blijft onderbelicht.

Dan wordt er gevraagd hoe de kandidaten de partij willen gaan veranderen, op basis van het rapport dat er ligt dat stelt dat de fractie losgeraakt is van de rest van de partij. Pieter Kos lijkt meer op dreef te komen. Hij wil dat GroenLinks weer de partij van hemelbestormers wordt en de aanbevelingen vertalen naar de omgangsvormen binnen de partij. Hij lijkt er helemaal van overtuigd dat het hem gaat lukken en belooft zelfs binnen zes maanden resultaat. Mooi natuurlijk, maar het doet me denken aan de overtuiging die Heleen Weening had toen zij campagne voerde. Ergens vol enthousiasme inspringen kan heel goed uitpakken, maar je kunt ook heel vervelend terechtkomen. Ik hoop dat Pieter Kos er niet te licht over denkt en net zo’n rotsmak maakt als Heleen Weening.

Dan gaat het over de relatie tussen de voorzitter en de fractievoorzitter. Hier zie je een groot verschil tussen Pieter Kos en Rik Grashoff. Pieter Kos wil de rollen van bestuur en fractie sterk gescheiden houden en vindt dat de fractie lekker bezig moet zijn met politiek, terwijl de voorzitter zich bezig houdt met de interne organisatie. De fractievoorzitter signaleert wanneer er met de leden gesproken moet worden en over welke onderwerpen. Nog afgezien van de vraag hoe dat past in het beeld van cocreatie, denk ik dat je op moet passen dat je de afstand tussen fractie en leden niet vergroot door de rollen te scheiden.

Rik Grashoff heeft het over een tandem, waar de voorzitter en de fractievoorzitter samen op zitten. Hoewel het beeld van een tandem misschien niet meteen aanspreekt en op sommige punten minder goed werkt (op een tandem is altijd iemand die volgt, minder uitzicht heeft en minder invloed op wat er gebeurt en het drukt derhalve niet de gelijkwaardigheid uit die Rik Grashoff wil zien), zitten er aardige elementen in. De fractie heeft een bepaalde mate van zelfstandigheid, maar uiteindelijk is de fractie wel deel van GroenLinks en heeft de fractie verantwoording af te leggen aan de leden waar zij door zijn gekozen. De partij en de fractie mogen het oneens zijn, zij mogen discussiëren over welke kant er op gefietst moet worden, maar uiteindelijk kunnen ze niet allebei een eigen kant op fietsen. Je zult er samen uit moeten komen, want als de een trapt en de ander remt, kom je niet vooruit. 

In mijn werk en persoonlijk leven heb ik meermaals ervaren dat wanneer er geen binding is tussen mensen, zij minder goed kritiek op elkaar durven te leveren. De kritiek wordt pas in een later stadium gegeven, wanneer er sprake is van irritatie. De persoon die in de ogen van de ander niet juist heeft gehandeld, voelt zich dan ook sneller beledigd en accepteert de kritiek niet. Door goed samen te werken, is er dus meer ruimte voor kritiek en kun je escalatie van meningsverschillen beter voorkomen. Ik heb ook ervaren dat dit in de afdeling Rotterdam goed werkt. Wel is het essentieel dat de voorzitter van de partij kritisch blijft en zich realiseert dat hij de leden vertegenwoordigt. Dat hij aan het hoofd staat van de partij en het beste voor die partij probeert te doen en niet blind de fractie volgt. Dat is volgens mij in het verleden fout gegaan toen Henk Nijhoff voorzitter was. Hij was dan wel populair, maar m.i. niet meer dan een spreekbuis van de fractie, en ik denk dat dat bijgedragen heeft aan de kloof die ontstaan is tussen fractie en leden, die zichtbaar werd toen de bindende kracht van Femke Halsema wegviel.

Helaas wordt Lot van Hooijdonk niets gevraagd over haar visie op de rol van de voorzitter, terwijl dit toch een van de belangrijkste onderwerpen is. Zij lijkt in het interview sowieso minder ruimte te krijgen om uit te leggen wat zij met de partij wil en dat is jammer. Het maakt het moeilijk om op basis hiervan een oordeel te vormen. Hopelijk krijgt ze daar in een volgend interview of debat meer gelegenheid voor, of kan ze in een andere opzet meer reageren op de andere kandidaten. Ze mag in een volgend interview of debat ook wel sneller en zelfverzekerder reageren, door minder denkpauzes en afzwakkende of verkleinende woorden te gebruiken. Met haar slotpleidooi, dat de mening van de kandidatencommissie aansluit bij de aanbevelingen van de commissie Van Dijk, doet ze zichzelf tekort.

Pieter Kos is het andere uiterste. Hij klinkt energiek en gebruikt krachtige taal (“de beuk erin”) en presenteert zijn mening als een feit (“we moeten niet doen alsof er niets gebeurd is”, m.a.w. er is geen twijfel mogelijk dat het zo is). De intentie is goed, maar helaas lijken zijn ideeën inhoudelijk niet helemaal uitgewerkt. Zijn zwakte punt vind ik dat hij de neiging heeft zich te laten verleiden tot het antwoord dat de interviewer wil horen: de aanvulling op de grap over koppensnellers is daar een voorbeeld van, evenals de klaagzang over de afgelopen periode. 

Dat Rik Grashoff verbaal sterk is, wist ik al langer en ik vind hem in dit interview het best overkomen van alle kandidaten. Het is duidelijk dat hij vaker met het bijltje heeft gehakt, want hij vertelt naar aanleiding van vragen wat hij kwijt wil in plaats van direct antwoord te geven op vragen waar ja of nee eigenlijk allebei geen goede antwoorden op zijn. Dat hij zelf in de fractie zat waar het rommelde geeft hem in zekere zin meer autoriteit. Het kan echter ook in zijn nadeel werken, omdat veel leden op zoek zijn naar vernieuwing. 

Advertenties

Reacties

Een gedachte over “Met het oog op morgen: wie wordt de nieuwe voorzitter van GroenLinks?

  1. Hartelijk dank voor deze bijdrage. Ik ben niet zo handig in het vinden van uitzendingen-gemist-op-radio en ik vind je observaties interessant.

    Geplaatst door fenniestavast@hotmail.com | 11 februari 2013, 17:37

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Instagram

Nieuw huis!

Enter your email address to subscribe to this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.161 andere volgers

Categorieën

%d bloggers liken dit: