//
you're reading...
Persoonlijk

Zal ik het dan ook maar zeggen? #zeghet

Onder de hastag #zeghet worden ervaringen met seksuele agressie en intimidatie gedeeld. De collectie herinneringen die ik heb aan bedreigende of gewoon vervelende ervaringen is zo uitgebreid, dat ik ze lang niet allemaal kan delen, maar dit is wat me zo te binnen schiet, op chronologische volgorde. Het zijn niet allemaal gevallen waarbij iemand me daadwerkelijk heeft aangeraakt, maar sommige situaties vond ik veel bedreigender dan de keren dat iemand me heeft betast. Niet alle situaties zijn even ernstig en om sommige ervaringen kan ik achteraf zelfs wel lachen, omdat ze zo absurd waren. Dat wil echter niet zeggen dat ik ze toen ook lollig vond, voor alle duidelijkheid.

Here goes.

  1. Ik denk dat ik een jaar of tien was toen ik met mijn buurjongen naar de speeltuin liep. We bleven staan bij de bakker, om te kijken naar de mooie dingen die er in de etalage stonden. Een jongen van een paar jaar ouder, ik kende hem vaag uit de buurt – Nicky als ik het me goed herinner – liep achter me langs en greep van achter tussen mijn benen. Ik draaide me verschrikt om, hij lachte en liep door. Ik was zo verbaasd dat ik niks zei.
  2. De eerstvolgende keer dat ik een dergelijke ervaring had, was ik ongeveer twaalf. Het zal in de eerste of de tweede zijn geweest van de middelbare school. Al een tijdje liep mijn klasgenootje Tom nogal vervelend te doen. Hij liep steeds achter me aan, vroeg waar ik geweest was, stopte briefjes in mijn boeken. Op een dag hadden we techniekles. In het halletje waar we onze spullen moesten ophangen, besloot Tom dat het een goed idee zou zijn om tegen mijn zin zijn tong in mijn mond te steken, onder luid gejuich van mijn klasgenoten, terwijl hij mij tegen de muur drukte. Een meisje dwingen tot dingen die ze niet wil doen is blijkbaar hartstikke stoer. Ik heb hem wel van me af kunnen duwen, dus gelukkig is het hem niet gelukt. Tijdens de les werden er nog propjes en vliegtuigjes gegooid, ik weet niet of het door hem was of door anderen die onder de indruk waren van zijn actie, ik voelde me ontzettend opgelaten en kreeg er weinig van mee. Na de les heb ik naar hem geschreeuwd dat ik aangifte zou doen als hij niet ophield. Hij hield gelukkig op.
  3. Toen ik zestien was, had ik mijn eerste vakantiebaantje bij Super de Boer op de Groene Hilledijk in Rotterdam. Er werkte een jongen van een jaar of tien ouder, William. Ik heb meteen een hekel aan iedereen die me ook maar vaag aan hem doet denken, omdat ik nog steeds walg bij de herinnering aan hem. Meerdere keren probeerde hij aan mij te zitten. Hij tilde me op en droeg me buiten het zicht van de camera’s, probeerde door mijn werkkleding mijn bh los te maken, waar ik me natuurlijk tegen verzette, en maakte ‘grappen’ over dat hij me zou verkrachten in de vriescel, waar ik iedere dag de afbakbroodjes klaar moest leggen en waarvan de handgreep aan de binnenkant kapot was. Toen ze vroegen of ik er na de zomer wilde blijven werken, wist ik niet hoe snel ik nee moest zeggen. Ik had geen idee hoe ik met de situatie moest omgaan, ik durfde het tegen niemand te zeggen.
  4. Tijdens mijn studie is het drie keer gebeurd dat ik in de spits in een overvolle metro stond, onderweg naar huis vanuit college en dat ik in mijn kruis gegrepen ben. Waarvan in een geval de man achter me zijn hand tussen mijn benen stak en probeerde om zijn vinger door mijn kleding heen naar binnen te steken. Ik draaide me om, maar de metro stopte net bij de halte, het was druk en ik wist niet welke van de twee mannen achter me het geweest zou zijn. Iedereen liep naar buiten en weg was hij. Ik voelde me vernederd en machteloos. Aangifte zou geen zin hebben, want ik wist niet wie het was, het zou ook niet te zien zijn op beelden. Daar sta je dan, op het perron.
  5. Ik liep vanaf Wilhelminaplein naar de stad. Ik had een week-ov en als het lekker weer was, wandelde ik in het weekend het laatste stukje om niet te hoeven betalen voor die ene halte na de zonegrens. Ik liep naar beneden, richting Vasteland. Een man liep me tegemoet, hij had een stok bij zich. Toen hij me passeerde, gaf hij me met zijn stok een tik op mijn billen en begon hard te lachen. Het was geen bedreigende situatie, maar ik heb zelden zoiets absurds meegemaakt.
  6. Een jongen had me na de tweede date bij hem thuis uitgenodigd. We zoenden en dat ging langzaamaan verder, wat ik op zich prima vond. Maar ik was nog niet klaar om met hem naar bed te gaan. Hij probeerde me verder uit te kleden en ik trok mijn ondergoed meermaals terug aan. Desondanks ging hij door, en op een gegeven moment liet ik het maar zo. Had ik duidelijker kunnen zeggen dat ik er nog niet klaar voor was? Ja. Maar ik wist niet wat ik met de situatie moest. Ik vond hem leuk, en op zich wilde ik wel, alleen nog niet op dat moment. Ik had het gevoel dat ik de situatie niet meer onder controle had; dat het hem blijkbaar niet interesseerde en hij toch door zou gaan. Achteraf hebben we het uitgepraat en hij zei dat hij zoveel zin had, dat hij het niet eens gemerkt had en dat het echt niet de bedoeling was geweest mijn grenzen te overschrijden. Ik kijk er niet op terug als een traumatische gebeurtenis, maar ik denk wel dat het laat zien dat het belangrijk is om het onderwerp te bespreken, niet alleen met meisjes om ze weerbaarder te maken, maar ook met jongens, zodat ze de signalen beter oppikken. Uiteindelijk moet seks iets zijn wat je doet met plezier, en niet alleen met instemming of een gebrek aan verzet.
  7. Ik zat in de trein en er zat een man een stukje verder nogal opvallend naar me te staren. Ik voelde me erg opgelaten en besloot te doen alsof ik er bij Gouda uit moest. Ik stapte uit en stapte een stukje verderop weer in, in het volgende treinstel. De trein ging rijden en twee minuten later stapt dezelfde man het treinstel in, om tegenover me plaats te nemen. Hij praatte tegen me aan en om geen confrontatie uit te lokken, praatte ik maar mee. Maar het idee dat ik me had ingebeeld dat hij raar naar me had zitten kijken, was ik dus wel kwijt – hij moet opgestaan zijn van zijn plek om uit het raam of de deuropening te kijken waar ik heen ging. Niet echt normaal gedrag. Bij Rotterdam schudde ik hem af, om hem vervolgens twee minuten later weer te zien verschijnen bij de metro. Ik vroeg hem waar hij heen moest en besloot dat als hij daar niet uit zou stappen, ik niet door zou reizen naar mijn bestemming, maar op Zuidplein naar het RET-loket zou gaan. Gelukkig stapte hij uit.
  8. Ik kwam uit mijn werk en zat bij de bushalte op Zuidplein. Een man kwam naast me zitten en vroeg me of ik geld voor hem had, omdat hij niet te eten had. Dat gebeurde daar vaak, er liepen standaard zo’n tien daklozen rond daar. Het Leger des Heils zat er vlakbij en er was een warme wachtruimte van de RET. En er waren natuurlijk veel mensen om geld aan te vragen. Hij ging naast me zitten en begon wat met me te praten. Hij begon aan mijn schouder te aaien en zei “ik heb al jaren geen vrouw aangeraakt”. Verder deed hij gelukkig niets. De bus kwam en ik stapte in, ik dacht dat ik van hem verlost was. Tot mijn verbazing stapte hij in en kocht een kaartje. Ik ging zitten in de verder vrijwel lege bus en de man wilde naast me gaan zitten. Ik zei dat hij beter op een andere plek kon gaan zitten en hij nam plaats op de achterbank. Ik moest er natuurlijk wel uit bij mijn huis, zonder dat ik die man verder achter me aan wilde hebben, dus ik liep naar de buschauffeur en vertelde zachtjes dat ik er graag uit wilde bij de volgende halte, met het verzoek of hij de deur meteen achter me dicht kon doen omdat ik het geen goed idee vond dat die man met me mee naar huis ging. De buschauffeur werkte gelukkig mee. Het laatste wat ik hoorde en zag was de man die van de achterbank sprong, naar voren rende terwijl hij dramatisch riep “en ik dan? wacht op mij!”. (Lieve Connexxion buschauffeur, met terugwerkende kracht bedankt voor de medewerking zonder verdere vragen.)
  9. Op de avond van de verkiezingsuitslag had ik me feestelijk aangekleed. Ik was bij mijn partij en mijn toenmalige vriend bij zijn partij. Aan het eind van de avond zou ik zijn kant op komen. Het was laat, het OV reed niet meer en ik ging lopen vanaf centrum naar noord. Ik heb zelden een rokje en hakken aan, onder andere vanwege nare ervaringen die er voor hebben gezorgd dat ik het graag op een lopen wil kunnen zetten als het nodig is (het is weleens nodig geweest – en helaas vonden omstanders dat vooral hilarisch). Maar die avond dus wel. Ik liep langs Hofplein toen een zwarte auto met vier jongens langzaam naast me ging rijden. Ze deden wat suggesties over seksuele activiteiten die we zouden kunnen ondernemen, zeg maar. Uiteindelijk reden ze door. Er is gelukkig niets gebeurd, maar ik voelde me ontzettend alleen en kwetsbaar op dat moment.

Deze voorbeelden hebben de meeste indruk gemaakt, maar zijn slechts een selectie. Het aantal keren dat ik ben nageroepen, uitgescholden omdat ik niet reageerde op naroepen, sissen, fluiten etc. en ben achtervolgd, kan ik niet op twee handen tellen. Het valt echter vooral in de categorie “alweer? zucht!”. Mijn eigen ervaringen werden versterkt door die van vriendinnen die vergelijkbare en ernstigere dingen meemaakten en door dingen die ik op straat zag. Een jongen die in de stad de broek van een meisje naar beneden trok – ik wilde achter hem aan gaan toen en grote man die veel harder kon rennen me voor was, eindelijk een keer iemand die ingreep!

Ik heb inmiddels gelukkig weinig last meer van intimidatie en ongewenst lichamelijk contact. Ik ben ouder, loop niet meer onzeker over straat, en de enkele keer dat iemand het in zijn hoofd haalt iets te zeggen, krijgt ie de volle laag. Ik word niet meer bang, alleen boos, en dat helpt. De ervaringen van vroeger hebben echter nog steeds effect. Ik ben altijd alert op straat. Ik hou in de gaten waar mannen staan, of ik nog wel zichtbaar ben voor andere mensen op straat, en in sommige gevallen bereid ik me voor de zekerheid vast voor om een klap uit te moeten delen.

Mijn excuses aan onschuldige mannen, jullie kunnen er echt weinig aan doen, maar bij iedere poging tot contact buiten een zakelijke of vriendschappelijke setting ben ik achterdochtig – waarom kom je op me af, wat wil je van me? Beste onschuldige buurman, sorry dat ik niet reageer als je me op straat ziet en in het voorbijgaan vriendelijk zwaait en toetert – in 90% van de gevallen is er namelijk geen kennis of een gevaarlijke verkeerssituatie, maar iemand die denkt dat je spontaan botergeil wordt als je zijn stoere wieldoppen ziet (of zo – ik weet eigenlijk ook niet wat dat soort mannen denkt).

Het is een tweede natuur geworden om mannen in de openbare ruimte eerst als potentiële bedreiging te zien en daarna pas als mens. Dat is niet eerlijk, maar ik kan het niet loslaten.

Advertenties

Reacties

Een gedachte over “Zal ik het dan ook maar zeggen? #zeghet

  1. Jammer, dat jij zulke vervelende ervaringen hebt.

    Respect voor elkaar hebben is iets wat velen nog steeds moeten leren.

    Meelevende groet,

    Geplaatst door Rob Alberts | 2 november 2015, 20:51

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Instagram

Als je - hoe waar ook - Balkenende ongegeneerd "hun Harry Potter lookalike" noemt in je boek, ben je wat mij betreft af. Wat een slecht geschreven boek van iemand die zogenaamd niet boos was. Nee hoor, hij maakt anderen zwart vanwege het recht op de waarheid, niet omdat hij wraak wil...

Enter your email address to subscribe to this blog and receive notifications of new posts by email.

Doe mee met 1.067 andere volgers

Categorieën

%d bloggers liken dit: